Tuesday, December 22, 2009

Verlichte innovatie

Trouwe luisteraars van de BNR Denktank weten dat ik iedere dag type op een zeer innovatief toetsenbord, met een andere letterindeling. Daardoor type ik 20 tot 30% sneller dan op een standaard qwerty-toetsenbord. Ook belast ik rechts 60% en links 40%, terwijl je met een qwerty-toetsenbord ongeveer 70% met je linkerhand typt. Op de centrale rij kan ik ongeveer 1.000 woorden typen, terwijl dat met qwerty ongeveer 300 is. Het is echt wat je noemt een baanbrekende innovatie met grote voordelen.
Nu het probleem: mijn toetsenbord, dat bekend staat als het Dvorak-toetsenbord, is in 1936 ontwikkeld. Ik ken in Nederland nog twee mensen die er op typen. Het bewijst dat een succesvolle innovatie meer moet zijn dan een briljant idee. Om te kunnen slagen moet een mooi nieuw ideeën niet alleen een relatief voordeel opleveren, maar ook niet te complex zijn, bij voorkeur compatibel zijn met de oude standaard, testbaar en zichtbaar. Op die vier factoren scoort het Dvorak toetsenbord abominabel slecht.
Een ander voorbeeld hoe het niet moet is de spaarlamp. Zo'n dertig jaar geleden had ik mijn ouders na lang zeuren ervan overtuigd om vijfentwintig gulden, in die tijd echt veel geld, uit te geven aan een gloeilamp om de wereld te redden.
We hadden bij ons thuis zo'n mooie jaren zeventig lamp, een knaloranje vliegende schotel die met een soort trekveer aan het plafond hing. Mijn vader schroefde de gloednieuwe verlichtingsgadget in onze vliegende schotel. Nadat hij de lamp losliet stortte de vliegende schotel met een harde knap omlaag op de tafel. De spaarlamp was veel zwaarder dan een gewone lamp en daar was de trekveer niet op berekend. Niet lekker compatibel dus.
De lamp overleefde de klap, dus we gingen op zoek naar een andere plek. Hij was zo groot dat er vrijwel geen armatuur in huis groot genoeg was. Uiteindelijk vonden we een stalamp. Trots deed ik het licht aan. Geknipper als bij een TL balk, maar na een minuutje hadden we toch echt een spaarlamp branden in ons huis. Er was alleen één probleem: het licht was vies groenig. Een verkeerd soort van zichtbaarheid.
Die spaarlamptest is in vrijwel ieder Nederlands huis gedaan, en met hetzelfde treurige resultaat: de spaarlamp kwam op een plek in huis te hangen waar je maar zelden licht nodig had. Veel van de aanloopproblemen van die eerste spaarlampen zijn met nieuwe versies wel opgelost, maar met het imago is het nooit meer goed gekomen.
Met de komst van de LED-lamp en de OLED-lamp krijgt de industrie anno 2009 de kans om te leren van de desastreuze start van de spaarlamp. Een paar tips: Verkoop het niet als 'sparen' maar als iets prettigs, zorg dat het compatibel en niet te complex is, laat mensen testen en zorg voor een positieve zichtbaarheid. Opdat we als consumenten in deze tijden van klimaatverandering eindelijk een fatsoenlijk alternatief aangereikt krijgen voor de eeuwenoude gloeilamp.

No comments:

Post a Comment