Tuesday, April 12, 2011

De 500 miljard dollar vraag

De afgelopen dagen was ik in Boston voor een seminar. Het was georganiseerd door de Nederlandse Consul in New York. De vraag die twee dagen lang centraal stond: wat kan Nederland leren van universiteiten aan de oostkust van de VS. In de zaal zaten vooral bestuurders van Nederlandse universiteiten en succesvolle Nederlandse onderzoekers en ondernemers die wonen en werken aan in Amerika.
Het antwoord op de vraag wat we kunnen leren was relatief simpel. Het komt allemaal neer op de 500 miljard dollar vraag.
500 miljard dollar. Dat is wat de 1000 grootste bedrijven ter wereld ongeveer besteden aan R&D. 500 miljard, dat is bijna net zoveel als het totale Bruto Nationaal Product van Nederland. Best veel dus. En de vraag is: welke landen weten veel van dat geld aan te trekken, en welke landen scoren slecht?
Er is een simpele indicator om dat te meten: de verhouding tussen publieke en private investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Landen die goed scoren zijn bijvoorbeeld Finland en Zweden. In die landen staan tegenover iedere publieke euro twee tot drie bedrijfseuros. Japan en de VS doen het ook niet slecht: één op twee. Helaas scoort Nederland scoort ronduit belabberd. De overheid geeft in ons land meer aan onderzoek en ontwikkeling uit dan het bedrijfsleven. Geloof me, er zijn niet veel OECD-landen in de wereld die zo slecht scoren.
Politici in Den Haag weten dit. In de jaren zestig hadden we de mooiste cijfers van de wereld. Sindsdien zijn we langzaam maar zeker afgezakt tot de onderkant van de ranglijst. De reactie van de politiek op die ontwikkeling is een beetje vreemd. Den Haag heeft de neiging om bedrijven de schuld te geven van hun lage bestedingen. De toon is iets in de trant van: 'Het wordt tijd dat het bedrijfsleven zijn bijdrage gaat leveren'. Terwijl ik geneigd zou zijn om te zeggen: mmmm, wat maakt andere landen aantrekkelijker om je euros te besteden?
Het antwoord op die vraag werd eigenlijk wel glashelder tijdens het seminar: meer ruimte voor talent. Nederlandse universiteiten en hogescholen zijn veel tragere instellingen dan aan de andere kant van de oceaan. In de VS kan een onderzoeksgroep redelijk autonoom opereren, bij ons zit zo'n groep in een stevige overlegcultuur in een grote faculteit. Daar komt bij dat mensen die zich braaf en volgzaam opstellen in Nederland vaak meer kans maken op een vaste aanstellingen dan de ondernemende en eigenzinnige types. Geen wonder dus dat die ondernemende en eigenzinnige|types vertrekken naar plekken waar ze wel welkom zijn. Veel van de mensen vertrekken naar Amerika, want daar wordt dat juist gewaardeerd. Het is dus ook geen wonder dus dat het bedrijfsleven het niet heel aantrekkelijk vindt om zijn euros in Nederland te besteden. Want als je wilt innoveren heb je juist ondernemende en eigenzinnige types nodig. En dat is het antwoord op de 500 miljard dollar vraag. En daar kunnen we iets aan doen. Maar daar gaat een volgende column over.

No comments:

Post a Comment