Nou, daar zijn ze dan: tien rapporten van de topsectoren. In februari aangekondigd, nu klaar. Althans, op papier. Het lijkt misschien lang, vier maanden, maar voor Haagse begrippen is het een turbo tempo. Tegelijkertijd verklaart dat waarom zo weinig verrassende dingen in de tien rapporten staan. In een paar maanden tijd kun je niet veel verder komen dan bestaande wensen opsommen.
Die wensen zijn bekend. Graag meer technisch onderwijs. Graag invloed van het bedrijfsleven op het onderzoek van universiteiten. Graag meer risico kapitaal voor MKB'ers.
De problemen worden goed benoemd:
• In het onderzoek gaat iedereen vrolijk zijn gang. Gebrekkige regie, wordt dat eufemistisch genoemd;
• Er is een wildgroei van vele instituten en subsidieloketten;
• Er zijn allerlei goed bedoelde hulpconstructies. Die zijn nodig omdat er onvoldoende beloning is om echt samen te werken en topkwaliteit te leveren.
De tragiek is dat dit zijn geen nieuwe problemen zijn. Deze problemen bestaan al minstens dertig jaar. En de tragiek is: op papier zijn deze problemen al minstens vijf keer opgelost. Toen ik een jaar of zeven geleden secretaris van het Innovatieplatform was hebben we ze ook prima opgelost. Op papier.
Waarom het ook deze keer weer niet gaat lukken is eenvoudig. Het is de verkeerde aanpak. Want er wordt gekozen voor veel centrale regie. Centrale regie klinkt mooi. Maar centrale regie betekent niets anders dan: er moet veel vergaderd worden op het Haagse hoofdkantoor. En we weten allemaal wie er geen tijd hebben om te vergaderen. Dat zijn de innovatieve ondernemers waar het allemaal om begonnen was.
Het echte probleem van Nederland is dat het ons niet lukt om dingen af te schaffen. Ik heb in geen enkel rapport van de Topteams gelezen 'en de volgende tien dingen gaan we afschaffen'. Altijd extra, meer meer meer. Nooit minder. Simpelweg omdat we zo graag aardig zijn voor elkaar. Liever een centraal georganiseerd praatcircus dan een goedkope, eenvoudige maar pijnlijk oplossing.
Want er is een simpele, effectieve, goedkope maatregel die negentig procent van het probleem oplost. Die er voor gaat zorgen dat er een beloning is om samen te werken, en waarbij topkwaliteit er toe doet. En die maatregel is: geef onderzoekers aan universiteiten negen maanden salaris, en drie maanden per jaar de vrijheid om te doen wat ze willen. Zodat er echt een noodzaak is om te gaan ondernemen en om samen te werken. Dan gaat die topkwaliteit echt tellen. Maar ja, dat gaat dus niet gebeuren. En daar baal ik van.
Subscribe to:
Post Comments (Atom)
No comments:
Post a Comment