Tuesday, June 1, 2010

Universitair Verdienmodel

De uitzending van de BNR denktank deze week heeft als thema 'verdienmodellen' voor universiteiten en hogescholen. Die titel is wat misleidend, omdat het suggereert dat universiteiten en hogescholen net als een bedrijf de markt op kunnen om daar geld te verdienen. Dat is maar heel beperkt het geval.
Er zijn maar heel weinig universiteiten die echt geld verdienen met hun patent-portfolio, om maar eens iets te noemen. Het aanvragen en beheren van een patent-portfolio is kostbaar. Stanford University in California is eigenlijk de enige universiteit die er jaarlijks substantieel aan verdient. Stanford verdient ieder jaar zo'n 50 mln dollar met patenten, en dat bedrag is voor het merendeel te danken aan het patent om dna te splitsen.
Er zijn universiteiten die geld verdienen door te participeren in startende bedrijven van personeel en studenten, maar ook daar is het aantal succesverhalen op de vingers van één hand te tellen. Zo heeft Imperial College in Londen een beursgenoteerd fonds dat participeert in eigen startups. Leuven is al sinds de jaren zeventig actief met patenten en starters en heeft daar redelijke resultaten mee geboekt. Maar gemiddeld genomen kost stimuleren van startende bedrijven meer dan het oplevert.
En de succesverhalen die er zijn, dat zijn zonder uitzondering technische universiteiten, die er zelf wel enig profijt van hebben, maar het grootste nut komt buiten de universiteiten en hogescholen terecht, in de vorm van nieuwe bedrijven en leuk en spannend werk. Dat levert de samenleving veel geld op in de vorm van inkomen, beurswaarde en belastingen. Voor de universiteiten in Amerika geldt dat een deel van dat inkomen en die beurswaarde terugvloeien naar de universiteit, in de vorm van donaties van succesvolle ex-studenten. Om je een idee te geven hoe lucratief dat is: voor het uitbreken van de crisis had Harvard bijv 20 miljard dollar in kas en Stanford 12,5 miljard. Allemaal dankzij oud-studenten die graag een gebouw op de universiteitscampus laten bouwen met hun naam er op.
Maar in de dagelijkse praktijk verdienen de universiteiten en hogescholen het overgrote deel van hun geld in de vorm van overheidsfinanciering voor hun onderzoek, en dat geld ook voor Stanford en Harvard. Daar moeten ze voor concurreren, dat is dus hun markt, en de spelregels op die markt worden volledig door de overheid bepaald. De grap is; die spelregels verschillen per land, en je ziet dat die spelregels effect hebben. De ene set van spelregels levert veel meer op voor de samenleving dan de andere. Dus het thema van onze denktank van vandaag had ook kunnen zijn: wat zijn de slimste regels voor innovatie?
Wat zijn die slimme regels? Dat is eigenlijk een heel kort lijstje: concurrentie op de kwaliteit van onderzoek, naast geld voor fundamenteel onderzoek voldoende geld voor praktisch onderzoek, en de derde is dat er een stevige beloning moet zijn voor onderzoekers en studenten die gaan ondernemen. Al sinds de oprichting van het Innovatieplatform in 2003 wordt hier veel over gepraat en misschien nog wel meer geschreven, maar alleen op het onderwerp van startende studenten zijn er echt meters gemaakt. Die andere twee thema's en de bijklussende hoogleraren zijn op zijn polders behandeld: zachte heelmeesters die stinkende wonden achterlaten. En daarom is het van groot belang dat er een vervolg komt op het IP dat alsnog die knelpunten oplost.

No comments:

Post a Comment