Tuesday, November 23, 2010

Geen innovatie zonder creatieve destructie

Vorige week behandelde de Tweede Kamer de begroting van het ministerie van Economie, Landbouw en Innovatie. Nu het stof van de formatie is neergedaald is het duidelijk waar de hardste bezuinigingen zijn gevallen. Dat is niet de cultuursector, maar het innovatiebeleid. Het een bloederige bezuinigingsronde. Het nieuwe ministerie van EL&I verliest grofweg 600 miljoen euro per jaar van haar innovatiebudget. Dat is een sanering van het innovatiebeleid die in de afgelopen dertig jaar niet is vertoond.
Voor wie denkt dat het allemaal wel mee zal vallen toch een paar getallen. Want 600 miljoen euro staat gelijk aan zo'n 7.500 banen. Banen die vooral zullen sneuvelen aan universiteiten en de publieke onderzoeksinstituten zoals TNO en ECN. Daarnaast zullen er veel banen verdwijnen bij de speciale innovatie-instituten, zoals het Dutch Polymer Institute en het Top Instituut Pharma.
De grote vraag is of het erg is. Voor de mensen die hun banen verliezen is het natuurlijk buitengewoon zuur. Maar voor Nederland zal de schade reuze meevallen. Want er is één ding dat pijnlijk opvalt aan al dat geld dat besteed is aan innovatie: het ontbreekt volledig aan zichtbare resultaten. Er zijn letterlijk miljarden euros gaan zitten in meer dan vijftien jaar subsidies.
Er ontstonden speciale kenniscentra, top-instituten, regieorganen, netwerken en ga zo maar door. Maar ondanks al die drukte is er geen enkel smaakmakend voorbeeld. Er is geen enkel nieuw Nederlands bedrijf dat zegt 'Dankzij die subsidies zijn wij in tien jaar van niets uitgegroeid tot de nummer 1 in de wereld'. Er is ook geen enkele multinational die zegt 'Dankzij de BSIK-regeling is het ons gelukt om een nieuwe miljardenmarkt te creëren'. Er is wel wat beleefd gesputter vanuit de werkgevers, maar het is duidelijk dat die geen traan laten.
Dat is wel anders aan de kant van de kennislobby. Die schreeuwt moord en brand. Mensen als Alexander Rinnooy Kan spreken in sombere termen over de toekomst van het land. Want we wilden toch tot de top-5 van de wereld behoren, nietwaar? En had het Innovatieplatform niet uitgerekend dat daarvoor vele miljarden extra geïnvesteerd moesten worden? Maar niemand heeft het over dat pijnlijke gebrek aan succes. En dat is toch een beetje vreemd, niet?
De afgelopen zeven jaar had Nederland een Innovatieplatform. Dat lanceerde onder leiding van de minister-president een enorme hoeveelheid nieuwe projecten en leuke speeltjes. Maar het was niet in staat om impopulair te saneren in het overvolle innovatielandschap. Zoals Schumpeter het in
zijn klassieker uit 1942 al schreef: geen innovatie zonder sanering. Hij noemde dat creative destructie. Het nieuwe kabinet heeft in één maand meer achterstallig onderhoud aangepakt dan het Innovatieplatform in zijn zevenjarige bestaan. Hulde dus voor Rutte 1, zo op het eerste gezicht.
Toch zit er ook iets wrangs in de bezuinigingen. Er wordt dan wel ineffectief beleid afgeschaft, en dat is goed. Maar daarmee hebben we nog geen oplossing voor hét probleem van Nederland: dat het ons niet lukt om meer te zijn dan een middelmatig kennisland. De grote vraag is: wat dan wel? Daarover is het kabinet op dit moment nog akelig stil.

No comments:

Post a Comment