Tuesday, March 15, 2011

Over onderzoeksmonopolie en kartel-afspraken

Het nieuwe kabinet denkt na over een nieuwe innovatiebeleid, dat doen nieuwe kabinetten nou eenmaal. Voor de BNR Denktank denk ik met het kabinet mee over het Innovatiebeleid 2.0. Er zijn drie spelregels: Het mag geen extra geld kosten, we laten ons niet gek maken door de cijfertjes en we richten ons op de wereld achter de cijfers. Waar ondervinden die mensen hinder van het systeem en waar gaat het echt prima? En bovenal: waar krijgen ze dubbelzinnige boodschappen? Waar zitten, wat ik noem, de kromme prikkels?
Een beeldschoon voorbeeld van een kromme prikkel is de financiering van het onderzoek aan universiteiten. Voor fundamenteel onderzoek hebben de Nederlandse universiteiten een monopoly. Boeiend genoeg hebben ze ook onderlinge afspraken over de verdeling van de buit. En nog vreemder is dat het ministerie van OCW die afspraken officieel heeft goedgekeurd.
Hoe zit dit precies? Ieder jaar geeft de Nederlandse belastingbetaler 2 miljard euro aan universiteiten om onderzoek te doen. Het is de grootste geldstroom in Nederland voor onderzoek. In 1983 hebben de universiteiten afspraken gemaakt met de toenmalige het ministerie van Onderwijs, Wim Deetman. In die afspraken is geregeld dat de verdeling van die 2 miljard vast ligt. Het heeft een mooie naam: de Strategische OnderzoeksComponent. Het wordt ook wel het niet-aanvalsverdrag genoemd. De universiteiten en het ministerie maken het elkaar liever niet te moeilijk.
Dus iedere universiteit in Nederland weet al 28 jaar lang hoeveel geld er binnenkomt voor onderzoek. Het maakt niet uit of je goede of slechte publicatie scores hebt. Het is niet relevant of je veel onderzoek voor bedrijven doet of niet. Het maakt niet uit of de universiteit goed of slecht gemanaged wordt. Het doet er niet toe of je risicomijdend of smaakmakende was. Het is een bijzaak of de organisatie efficiënt is of niet. Ieder jaar, al achtentwintig jaar lang, weet je als universiteit het belangrijkste deel van je onderzoeksbudget.
Waarschijnlijk denken veel luisteraars nu: die Nauta vergist zich vast, zo krankzinnig kan het niet zijn. Ik zou graag willen dat ik ongelijk had. Maar geloof me, ik maak geen grap. Sterker nog, ik heb er iets aan proberen te doen toen ik secretaris van het Innovatieplatform was. Want voor iedereen die er langer dan een half uur op is het glashelder: het monopolie van de universiteiten en de kartelafspraken met het ministerie van Onderwijs zijn de grootste problemen van het Nederlandse innovatiebeleid.
Want zeg nou zelf, welke organisatie blijft scherp als het 28 jaar lang zeker weet dat de omzet vast staat?
De oplossing is heel eenvoudig: de komende vijf jaar halveren we de omvang van de basisfinanciering voor onderzoek. Dan hebben we een miljard over. En dat vrije miljard, daar gaan de universiteiten onderling om knokken, samen met de hogescholen en publieke onderzoeksinstellingen. Dan ziet het Nederlandse universitaire landschap er over 28 jaar echt heel anders uit, dat garandeer ik je.

No comments:

Post a Comment